Begin met één bruikbare zin

Kun je dat nog eens uitleggen?

Een vraag om meer uitleg.

Begin met een vraag om verduidelijking. In de gids vind je ook deadlines, korte updates en oefenopdrachten.

Een collega stelt een vraag. Je begrijpt het meeste, maar hebt wat meer tijd nodig om te antwoorden. Deze acht zinnen geven je een vertrekpunt voor Nederlands op het werk in België. Kies wat bij jouw werk past. Je hoeft niet alles tegelijk te leren.

Vraag om uitleg

1. Kun je dat nog eens uitleggen?

Gebruik dit als je de uitleg opnieuw wilt horen, niet alleen het laatste woord.

2. Wat bedoel je precies?

Je hebt de woorden gehoord, maar weet nog niet goed wat de ander bedoelt.

3. Heb ik het goed begrepen: …?

Vul aan met jouw samenvatting. Bijvoorbeeld: ‘Heb ik het goed begrepen: de vergadering begint om tien uur?’

Geef een korte update

4. Ik ben bezig met …

Zeg aan welke taak je werkt. Bijvoorbeeld: ‘Ik ben bezig met het verslag.’

5. Ik heb nog een vraag over …

Vertel waarbij je uitleg nodig hebt. Bijvoorbeeld: ‘Ik heb nog een vraag over de planning.’

6. Tegen wanneer heb je dit nodig?

Een handige manier om een deadline bij je collega te controleren.

7. Ik kijk het even na en laat je iets weten.

Je zegt dat je iets zult controleren en erop terugkomt. Spreek een moment af als de ander snel een antwoord nodig heeft.

8. Kunnen we dit straks kort bespreken?

Als het tijdstip belangrijk is, vervang je straks door een duidelijk moment: ‘Kunnen we dit om drie uur kort bespreken?’

Maak er een echt gesprek van

Situatie 1 · Controleer de deadline

Je collega: ‘Kun je het verslag deze week afwerken?’ Jij: ‘Tegen wanneer heb je dit nodig?’ Je collega: ‘Vrijdagvoormiddag.’ Jij: ‘Heb ik het goed begrepen: vrijdag voor tien uur?’

Nu jij: vervang het verslag door een taak uit jouw werk. Vraag naar de dag en het uur. Een duidelijke vraag is hier bruikbaarder dan een lange zin waarvan je de woorden niet terugvindt.

Situatie 2 · Geef een update zonder een toespraak te schrijven

Gebruik drie delen: je taak, waar je nu staat en wat je nodig hebt. Bijvoorbeeld: ‘Ik ben bezig met het verslag. De eerste versie is klaar. Ik heb nog een vraag over de planning.’

Verander alleen de taak en de vraag. Probeer het eerst met notities, daarna met drie kernwoorden. Loop je vast? Keer terug naar een korte zin die je kunt afmaken.

Situatie 3 · Je hebt iets gemist tijdens een vergadering

Je hoorde dat je iets moet versturen, maar niet naar wie. Probeer: ‘Ik heb niet alles begrepen. Heb ik het goed begrepen: ik stuur het eerst naar jou?’ Zo maak je duidelijk welke informatie ontbreekt.

Leer woorden voor jouw eigen werk

Kies een openbare vacature of een taak die je vaak uitvoert, zonder vertrouwelijke informatie. Zoek enkele bruikbare werkwoorden: plannen, uitleggen, controleren, bespreken of doorsturen. Gebruik elk woord in een zin die je echt nodig kunt hebben. ‘Ik stuur het document vandaag door’ is makkelijker te oefenen als boodschap dan een lange lijst losse woorden.

Bewaar een kleine notitie met de taak, een vraag en een vervolgzinnetje. Voeg bij een nieuw woord een voorbeeld uit je werk toe. Je docent kan de zin nakijken voor je hem gebruikt.

Een korte opdracht met een voorbeeldantwoord

Je collega vraagt om een document af te werken. Je kunt vandaag beginnen, maar weet niet wanneer het klaar moet zijn. Vertel waaraan je werkt, vraag naar de deadline en zeg dat je de planning controleert.

Een mogelijk antwoord: ‘Ik werk vandaag aan het document. Tegen wanneer heb je dit nodig? Ik kijk de planning even na en laat je iets weten.’ Je antwoord hoeft niet woord voor woord hetzelfde te zijn.

Controleer drie dingen: heb je de taak uitgelegd, de ontbrekende vraag gesteld en de volgende stap duidelijk gemaakt? Bewaar het moeilijke deel voor je volgende oefenmoment.

Je of u?

De voorbeelden gebruiken je bij een collega. In een formeler gesprek kun je u gebruiken: ‘Kunt u dat nog eens uitleggen?’ Kijk naar de situatie en hoe de ander jou aanspreekt.

Probeer dit in vijf minuten

Kies drie zinnen. Maak met elke zin een voorbeeld over jouw werk. Geef daarna hardop een korte update: wat doe je, welke uitleg heb je nodig en wanneer kom je erop terug? Probeer het nog eens zonder te lezen. Ontbreekt een woord? Leg het eenvoudiger uit.

Tijdens een proefles kunnen we een werksituatie kiezen die bij jouw niveau past. Gebruik een fictief voorbeeld of haal vertrouwelijke informatie uit je materiaal.

Probeer een les. Vind jouw vertrekpunt.

Kies een moment voor een gratis proefles van 25 minuten. We proberen iets op jouw niveau en bespreken hoe je verder kunt.

Boek een gratis proefles · opent in een nieuw tabblad